content:
datum 27 mei 2020 geplaatst door Janita Tabak

Zwart toekomstbeeld voor de brede basis van de sector 

 

Vandaag liet minister Van Engelshoven weten hoe de 300 miljoen aan steungelden voor de culturele sector verdeeld gaan worden. Bij dezen een eerste reactie vanuit het bestuur van Cultureon.

‘Wil de minister haar belofte waarmaken dan moet zij met een reddingsplan komen voor gemeentelijke culturele instellingen.’

Door het klemmende beroep van de cultuursector op het Rijk lijkt het alsof culturele instellingen volledig afhankelijk zijn van het ‘subsidie-infuus’ van minister van Engelshoven maar dit beeld klopt niet. De Regionale Cultuurindex (2018) van de Boekman Stichting* laat zien dat kunst en cultuur in de regio voornamelijk gefinancierd worden uit eigen middelen. Deze eigen middelen bestaan uit publieksinkomsten en inkomsten uit horeca en verhuur. Na een sluiting van drie maanden en een halfslachtige opening voor de komende maanden zullen veel instellingen aan het einde van dit boekjaar rode cijfers schrijven. De vraag is of deze tekorten zullen leiden tot faillissementen of dat zij worden opgevangen en zo ja, door wie dan?

De Regionale Cultuurindex laat zien dat de bijdrage van het Rijk en de provincie aan kunst en cultuur in de regio marginaal is. De bijdrage van gemeenten is vele malen groter. Inmiddels is bekend dat van de 300 miljoen euro voor de cultuursector, slechts 48 miljoen bestemd is voor gemeenten en provincies. Dit geld zal gaan naar grote instellingen met een bovenregionale uitstraling. Er gaat dus geen euro naar lokale bibliotheken, kleine musea en archieven en theaters en kunstencentra. Deze instellingen zijn aangewezen op de gemeente. Gelukkig zijn veel gemeenten welwillend, zij geven aan dat ze coulant om zullen gaan met prestatie-afspraken en de subsidies niet zullen verlagen als de doelen niet gerealiseerd worden. Maar zullen gemeenten straks ook garant staan voor de te verwachten tekorten bij de instellingen?

Een analyse van de stand van zaken bij gemeenten doet vermoeden van niet. Sinds de decentralisaties in 2015 op het gebied van jeugdzorg, werk en inkomen en de Wmo worden gemeenten geconfronteerd met oplopende en soms zelfs onbeheersbare kosten. Veel gemeenten moesten hierdoor al bezuinigingen. De coronacrisis is de druppel die het emmertje doet overlopen. Opiniepanel EenVandaag en de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) ** laten weten dat meer dan driekwart van de gemeenten in financiële nood verkeert en dat (nieuwe) bezuinigingen nodig zijn. Als het om bezuinigen gaat hebben gemeenten niet veel ‘knoppen om aan te draaien’. Ze kunnen hun inkomsten vergroten door een verhoging van de OZB (Onroerende Zaak Belasting) en leges of ze kunnen bezuinigen op niet wettelijke taken. Cultuur is zo’n niet wettelijke taak, alleen archieven en bibliotheken zijn (deels) verankerd in de wet. Het kan dus niet anders dan dat de financiële problemen bij gemeenten zal leiden tot bezuinigingen op de culturele sector. Vele lokale theaters, kunstencentra, bibliotheken, musea en archieven moeten dan ook voor hun voortbestaan vrezen. Dat minister van Engelshoven eind april tegen nieuwsmedium nu.nl zei dat de culturele sector geen bezuinigingen hoeft te verwachten tijdens de recessie was een valse belofte. Zij heeft immers niet in de hand hoe gemeenten zullen omgaan met hun financiële nood.

Deze gemeentelijke instellingen vormen de brede basis van kunst en cultuur in ons land. Zij brengen kinderen in contact met boeken, theater, muziek en onze geschiedenis. Deze instellingen zijn de kweekvijvers van talent en zij zijn de uitvoerders van kunst- en cultuureducatie op scholen. Zij zijn de spin in het web van al die muziek- en toneelverenigingen en andere initiatieven op het gebied van amateurkunst. Zij zijn de podia waar inwoners hun talent kunnen laten zien. Wil de minister haar belofte waarmaken dan moet zij met een reddingsplan komen voor gemeentelijke culturele instellingen. Dit kan zij doen door geoormerkt geld voor cultuur beschikbaar te stellen aan gemeenten. Als het kabinet de gemeenten niet helpt bij het borgen van de brede basis dan zal binnen nu en vijf jaar een substantieel deel van deze basis verdwenen zijn. Wat voor zin heeft het dan om nu het midden en de top van de sector overeind te houden?   

Bronnen:

 * https://www.boekman.nl/regionale-cultuurindex/pijlers/geldstromen/

** https://eenvandaag.avrotros.nl/panels/opiniepanel/alle-uitslagen/item/gemeenten-in-financiele-problemen-door-corona-helft-verwacht-belastingverhoging-voor-burgers/