content:
datum 05 aug 2020 geplaatst door Redactie

De roulette van de meerjarensubsidie

 

De meeste tijd zit in het steeds maar weer opnieuw uitvinden en bewijzen van je culturele professionaliteit. Dat je al twintig jaar succesvol bent in wat je doet speelt geen rol. Subsidie aanvragen is als roulette, valt het balletje op rood of op zwart?

Het is living on the edge als podiumkunstenaar, het bestaan is de laatste decennia steeds onzekerder geworden. En 2020 slaat echt alles want door de coronacrisis zijn de publieksinkomsten vrijwel helemaal verdwenen. Het perspectief voor 2021 is ook uiterst onzeker. Meer dan ooit werd er reikhalzend uitgekeken naar de toekenning van de meerjarensubsidies van het Fonds Podiumkunsten (FPK). Het was dan ook een enorme schok toen bekend werd dat er van de 202 goedgekeurde aanvragen maar 78 gehonoreerd konden worden. Dat betekent dat de slaagkans nog maar 39% is. Ter vergelijking, vier jaar geleden was de slaagkans nog 70%. 

De slaagkans bij het FPK is afgenomen omdat een deel van het budget van het Fonds Podiumkunsten is overgeheveld naar de Basisinfrastructuur (de BIS). Voor de BIS was er dus wat ruimte voor uitbreiding. Maar dit betekent dat er voor het Fonds Podiumkunsten minder te verdelen was. Dat gaat ten koste van kleinere instellingen en makers. Je kan je bovendien afvragen wat het nut is van het overhevelen van de ene pot naar de andere pot. Waarom worden de meerjarensubsidies verdeeld door het FPK én door het ministerie? De BIS, waar doorgaans de grote en prestigieuze instellingen in zitten, biedt niet meer zekerheid dan het FPK. Elke vier jaar worden voor beide regelingen de kaarten opnieuw geschud. Er zijn instellingen die de ene periode onder de BIS vallen en de volgende periode onder het FPK. Het lijkt volstrekt willekeurig. 

Kan je als kleine organisatie nog wel het risico nemen om een aanvraag te doen voor een meerjarensubsidie van het FPK als de slaagkans zo is afgenomen? Het schrijven van een goede subsidie aanvraag vraagt algauw een half jaar tot een jaar aan voorbereidingstijd. Daarbij maakt het niet uit of je een aanvraag doet voor € 50.000 euro of voor 7 ton, de hoeveelheid werk blijft nagenoeg hetzelfde. De meeste tijd zit in het steeds maar weer opnieuw uitvinden en bewijzen van je culturele professionaliteit. Dat je al twintig jaar succesvol bent in wat je doet speelt geen rol. En dan moeten je plannen ook nog aansluiten bij de prioriteiten die de fondsen op dat moment stellen. Het aanvragen van meerjarensubsidie vraagt dus veel tijd en specialistische kennis en daar hangt een kostenplaatje aan. Het is een flinke investering die je moet doen zonder te weten of het zal lonen. Het is als roulette, valt het balletje op rood of op zwart?

We moeten ons afvragen of dit subsidiebestel wel werkt. Als bij het FPK de kans op afwijzing groter is dan de kans van slagen dan is het aanvragen van een meerjarensubsidie simpelweg een te groot risico voor de toch al kwetsbare makers en instellingen. 

Door: Janita Tabak