content:
datum 04 sep 2020 geplaatst door Redactie

Over inclusiviteit en verdeling van schaarse middelen

 

Een jaar of twee geleden doemde er ineens een nieuw woord op in cultuurbeleidsland, namelijk ‘inclusiviteit’. Ik zocht diverse keren tevergeefs naar de betekenis ervan in de Dikke Van Dale, maar aangezien taal een levend organisme is, besloot ik te pogen het begrip te omarmen en het te gaan gebruiken. Het was bedoeld ter vervanging van ‘culturele diversiteit’, want dat was te beperkt en doelde slechts op mensen met een bi-culturele achtergrond. Diversiteitsbeleid gaat immers over mensen, met of zonder speciale uitdagingen, hun seksuele voorkeuren, culturele achtergronden, lengte en omvang, gezondheid en of geslacht. Over iedereen dus. En daarmee ook een beetje over niemand in het bijzonder.

Het gebruiken van een niet-bestaand begrip als ‘inclusiviteit’ als tegenovergestelde van exclusiviteit, spiegelt ons ongemak en vergroot de verwarring, want als je het niet precies kunt benoemen, waarover heb je het dan eigenlijk echt?

Het begrip deed zijn intrede in allerlei beleidsvoornemens en regelingen van cultuurfondsen en deze keer zou het echt gaan meetellen, in tegenstelling tot de afgelopen twintig jaar vol beleefde voornemens, die nooit echt tot structurele veranderingen leidden. Regelingen kwamen vol te staan met zorgvuldig afgewogen criteria. In Amsterdam was het inleveren van een actieplan diversiteit een ‘instap-eis’, zonder dat er verder aan dat stuk zelf eisen werden gesteld. Ik las er tientallen. Het waren vaak wat keurige en daarmee nietszeggende documenten, vol met goede voornemens, die zonder al te veel consequenties aan het papier konden worden toevertrouwd. Dat had ik eerder gezien. 

Mij bekroop steeds meer het gevoel dat deze ingeslagen schriftelijke weg niet de manier is om werkelijke veranderingen te realiseren. En dat de urgente ontwikkelingen in de samenleving niet resoneerden in de papieren wereld van de subsidieaanvragen. Dat had ook te maken met de wonderlijke timing. De aanvragen werden geschreven vóór Covid 19 en beoordeeld middenin de Coronastorm. Maar toch….

Wij-zij denken
De afgelopen maanden kwamen de diverse fondsen en stedelijke kunst- en cultuurraden met hun adviezen, die natuurlijk leidden tot protesten en petities. Dat gebeurt altijd. Maar dit keer kreeg ook het inclusiviteitsbeleidde schuld. Herien Wensink fileerde in de Volkskrant in haar column de valse tegenstelling die Martin Sommer in dezelfde krant suggereerde met betrekking tot het lot van Ons Lieve Heer op Solder. Deze unieke 17eeeuwse Amsterdamse schuilkerk dreigde onder de zaaglijn te vallen bij het AFK en dat had met diversiteit helemaal niets te maken. Gelukkig is deze mooie instelling inmiddels door de gemeenteraad gered. Terecht. Ik vond het eigenlijk vooral raar dat Ons Lieve Heer op Solder als uniek erfgoed niet al lang tot de vaste Amsterdamse basis behoorde. Uniek erfgoed ga je toch niet sluiten? Je kan hooguit iets aan te merken hebben op de wijze waarop het erfgoed wordt ontsloten. Het stelt ook vragen over de eenvormigheid van de subsidiehoepels, waardoor iedereen moet springen.

Waarover gaat het nu precies als we het in het kader van de subsidieverdeling hebben over diversiteit of inclusiviteit? Volgens mij is het een verdelingsvraagstuk. Je wilt dat er voor alle mensen in onze samenleving cultureel aanbod is, dat voor hem of haar relevant is en niet alleen voor een kleine groep mensen. Een kleine groep die eigenlijk vooral bestaat uit mensen zoals ik. Vrouw, 57, hoogopgeleid en cultuurminnend. 

En ook wil je dat in principe iedereen toegang heeft tot een breed palet van cultuur, dus musea met topcollecties tot theaters en muziekles in de buurt. Dat het subsidiegeld eerlijk verdeeld wordt over de samenleving is logisch, want iedereen die belasting betaalt draagt eraan bij. Al zullen er altijd mensen zijn die nooit naar een voorstelling gaan, net zoals er anderen niet naar voetbal willen. En dan zijn er ook nog heel veel inhoudelijke, maatschappelijke en ideologische redenen, waarom het van belang is dat mensen toegang hebben tot cultuur, bijvoorbeeld omdat ze zichzelf zo nu en dan kunnen herkennen in de verhalen die verteld worden, dat ze de mogelijkheid hebben om te kunnen genieten, verwonderd of verbaasd te zijn, zich te uiten, te reflecteren en hun zinnen of gedachten kunnen verzetten en ga zo maar door. Cultuur; dat is en het gaat over ons allemaal. 

Dat bedoelen we dus met inclusief, maar hoe breng je dat tot stand?

Het is niet zo, dat álles er voor iederéén moet zijn. Daarom is diversiteit van het héle cultuurveld zo belangrijk. Het geheel is immers meer dan de som der delen. Het lastige is alleen dat er in de individuele aanvragen van instellingen van alles moet worden gezegd over diversiteit, terwijl je je kunt afvragen of een Urban dansgezelschap iets moet met ouderen of een strijkkwartet er per sé voor alle leeftijden moet zijn. Als ze er maar beiden mogen zijn! 

Nu is het lastige dat er van oudsher schaarse cultuurmiddelen zijn en dat zal voorlopig niet veranderen. Daarom ligt het in de verwachting dat herverdeling ten koste van het bestaande zal gaan. Van oudgedienden die hun sporen verdiend hebben, van gewortelde gezelschappen tot gevestigde theaters. En dat doet pijn. 

Maar is dat het geval? We zien inderdaad theatergroep Dood Paard na vijfentwintig jaar subsidie verliezen. Waarom valt bijvoorbeeld dan een (cultureel divers) theatergezelschap als Urban Myth, (uitgerekend in dit Black Lives Matter tijdperk, daarover gaan zowat al hun voorstellingen!) zowel bij het FPK als AFK buiten de prijzen?

Oproep
Als het stof zal zijn neergedaald en de besluiten definitief genomen, wat zien we dan op de podia en in de musea van ons land? En wie komen erop af?

De vraag is of de ingeslagen weg met uitgesproken diversiteitscriteria en de divers samengestelde adviescommissies leiden tot werkelijke verandering? En als dat niet het geval is, waarom gebeurt dat dan niet? Gaat dat over machtsverhoudingen die hardnekkiger zijn verankerd dan we kunnen of willen zien?

Deze column bevat veel vragen en eindigt met een oproep. 

'Wat zien jullie gebeuren in het land op het gebied van een meer diverse culturele sector?'

Welke (positieve en negatieve) veranderingen signaleren jullie en waardoor zijn die tot stand gekomen? Wat is de beste weg voor het kunst en cultuurlandschap om verandering tot stand te brengen?

Antwoorden en reacties graag naar redactie@cultureon.nl

 

Door Bertien Minco