content:
datum 11 aug 2020 geplaatst door Redactie

Ongelijke kansen

 

Systematische ongelijkheid staat dankzij de Black Lives Matter beweging enorm in de aandacht. Witte mensen (hebben) moeten leren zien dat kleur ertoe doet in onze maatschappij en dat we alleen door daarover te praten en er actief aan te werken, gelijkheid kunnen realiseren. Ook in de cultuursector begint langzaam door te dringen dat er toch echt wel wat aan de hand is, al zijn de Raad voor Cultuur en de adviescommissies van de grote steden allen heel kritisch over hoe hard en concreet er nu echt gewerkt wordt om de diversiteit en inclusie te vergroten. En bovendien blijkt binnen ons huidige systeem van beoordelen dat het toetreden van ‘andere’ kunstvormen of makers heel lastig is. Co Engberts schreef daarover al een sterk artikel in NRC[1].

Maar ik wil het nu over andere systematisch ongelijkheid hebben als het gaat om de toegang tot cultuur, over het ontwikkelen van cultureel vermogen. En die ongelijkheid loopt langs de lijnen van onderwijsniveaus. Uit onderzoek blijkt dat vmbo/mbo-leerlingen van huis uit gemiddeld genomen minder aan cultuurbeoefening doen dan leerlingen op havo/vwo. Zij starten dus met een achterstand in hun culturele ontwikkeling aan het voortgezet onderwijs. Desondanks is cultuuronderwijs voor jongeren in het vmbo/mbo veel slechter georganiseerd dan op het havo/vwo het geval is. Dat is bijzonder, zeker als je bedenkt dat er al enige jaren een flinke ambitie in het cultuurbeleid zit om een breder bereik te hebben. 

De cijfers liegen er niet om: voor vmbo wordt maar 40 uur ckv geadviseerd terwijl voor dit voor havo 120 uur zijn en voor vwo 160 uur. Als de vmbo-studenten (16/17 jaar) de middelbare school verlaten, dan  hebben ze dus minder uren ckv gevolgd. Wanneer ze doorstromen naar het mbo, krijgen ze in het algemeen vormende deel geen cultuuronderwijs. Dit betekent dat eerste en tweedejaars studenten in het mbo significant minder uren besteden aan culturele en kunstzinnige vorming dan hun leeftijdgenoten op havo of vwo. De opgelopen achterstand wordt niet ingehaald, sterker nog: deze wordt alleen maar groter. 

Cultuuronderwijs is in het mbo wel mogelijk als onderdeel in het kader van burgerschap, maar dit hangt sterk af van de individuele invulling van de instelling en de burgerschapsdocent. Het gaat vrijwel altijd om losse projecten of cultuurbezoek. Omdat vmbo-leerlingen al met 16/17 jaar naar het mbo gaan, zou de oplossing kunnen liggen in het onderzoeken van de mogelijkheid om structureel tenminste 40 uur op het gebied van creatieve en culturele ontwikkeling en vorming in het mbo onder te brengen. Het zou goed zijn als dit in een doorlopende leerlijn zou aansluiten bij ckv in het vmbo. 

Dat maakt het zo fantastisch dat er mbo-opleidingen zijn waar de handschoen wél wordt opgepakt. Daarbij spelen, zoals zo vaak bij nieuwe ontwikkelingen,  enthousiaste docenten of studieleiders een belangrijke rol. Ook ontwikkelen diverse culturele instellingen nieuw aanbod of methoden specifiek voor deze doelgroep. Deze enthousiastelingen in de cultuursector en in het mbo verdienen een steun in de rug en hebben die ook nodig om de volgende stap te kunnen zetten.

Janet Mulder is één van die mensen. Ze is docent creatieve vakken aan het Noorderpoort College in Groningen. Janet kan mooi vertellen over wat zij ziet bij haar studenten. Binnen de opleiding aan het Noorderpoort komt ze studenten tegen die aangeven dat ze niet creatief zijn. Merkwaardig: een 5-jarige heeft veel verbeeldingskracht en een 16-jarige is vaak de verbeeldingskracht kwijt. Wat is er in die tussentijd gebeurd? 

Voor Janet is het belangrijkste dat studenten anders naar de wereld leren kijken; dat ze creatief leren denken. Dat betekent: nieuwe dingen zien in de wereld om je heen die er al zijn. Die verbeeldingskracht heeft ieder mens. Als dat van nature niet aangesproken wordt heeft dat een zetje nodig. Daarbij gaat het niet alleen om het aanleren van vaardigheden. Met kleine opdrachten worden studenten in hun verbeeldingskracht gestimuleerd. Je hebt verbeeldingskracht, scheppingskracht en zeggingskracht. Met die drie krachten probeert Janet in haar programma iets te doen. Ze wil haar studenten leren om de wereld iets te vertellen, een bijdrage te leveren; wat wil jij zeggen met wat je maakt, doet of denkt. 

Zo’n docent en zo’n pad gun je alle jongeren, niet alleen de havo- en vwo-leerlingen. Het is hoog tijd dat we deze ongelijkheid in het onderwijs gaan aanpakken.

Meer weten over cultuureducatie op het mbo? Lees de publicatie ‘Een wereld vol mogelijkheden, cultuureducatie in het ’ of check het mbo-dossier op www.lkca.nl

Door: Sanne Scholten