content:
datum 13 aug 2020 geplaatst door Redactie

Nieuw perspectief op Rotterdam Zuid

 

Over de nieuwe cultuurcampus in wording aan de Maasoevers 

De ambitieuze plannen voor de totstandkoming van een ‘iconische’ cultuurcampus in Rotterdam zijn volop in ontwikkeling. Het moet een plek worden waar dagelijks duizenden studenten, docenten, bewoners, ondernemers en toeristen elkaar ontmoeten en werken. Het wordt een grote en grootse plek, van zo’n 50.000 m2 aan de oevers van de Maas. Cultureon redacteur Bertien Minco sprak met Wilma Franchimon, voorzitter van het college van bestuur van Codarts, één van de partners van de nieuwe campus en vormgever van het advies aan de gemeente dat vorig voorjaar aan de gemeente werd gepresenteerd.

Het is een beetje het cliché van Rotterdam, maar in dit geval wel evident. Er wordt hier doorgepakt. In 2016 werd een motie in de Tweede Kamer aangenomen waarin werd gepleit voor de ontwikkeling van een iconisch cultureel initiatief ‘op Zuid’ in het kader van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid. In dit programma, NPRZ genaamd in de volksmond, werken allerlei partijen samen, zoals woningbouwcoörperaties, gemeente, Rijk, onderwijs etc., onder leiding van Marco Pastors, om de grote achterstanden die er zijn in dit stadsdeel met zo’n 200.000 inwoners aan te pakken. Sinds 2018 is ook de pijler Cultuur aan dit programma toegevoegd.

Codarts, de Willem de Kooning Academie en de Erasmus Universiteit bundelen de krachten en werken samen aan de ontwikkeling van een Cultuurcampus, waar studenten, bewoners en toeristen terecht kunnen voor innovatief onderwijs, ontmoeting, exposities en evenementen en natuurlijk met leuke horeca met fijne terrassen aan het water. Recent werd ook al een locatie aangewezen, het Charloissehoofd op een plek waar nu nog een afvalverwerkingsbedrijf zit, dat daar zal gaan vertrekken. “Dat zicht wat je daar hebt op de stad Rotterdam en op die haven. Mooier kan je het niet krijgen.” Wilma Franchimon is opgetogen over de plannen en de aangewezen locatie. “De Maas is niet langer meer een ‘room divider’, die de stad verdeeld, maar een USP.” Wilma lacht om de Engelse begrippen die ze hanteert met haar lichte Rotterdamse tongval. Ze is het no-nonsense type.

“Het plan voor de campus is een groeimodel. Het gaat ons niet alleen om een prachtig gebouw, maar om de samenwerking met partijen die daar gaan zitten.” 

Dat zijn in eerste instantie de Erasmus Universiteit, De Willem de Kooning en Codarts, maar daar kunnen later anderen bij aansluiten, zoals de mbo-opleidingen en roc’s. Het streven is om in 2025 de Cultuurcampus te gaan openen, maar ondertussen in ‘21 en ‘22 er wel al te gaan zitten met tijdelijke nieuwbouw of in bestaande gebouwen. 

“Waar ik me heel erg op verheug is dat we, als je bij elkaar intrekt, veel makkelijker dingen samen kan gaan doen. Als opleidingen niet bij elkaar zitten, dan moet je de samenwerking formaliseren, het in het curriculum zetten. Er is dan geen toevallige ontmoeting, crossover en interactie. Als we daar iets gaan neerzetten, een iconisch gebouw, wat dat ‘iconisch’ ook is of mag zijn? Iconisch is voor mij niet per sé het gebouw. De ontwikkeling moet iconisch zijn. Experimenteel, duurzaam én innovatief. Dat is het streven. Ook de omgeving van het gebouw, de openheid naar de stad op Zuid. Je wil voor de bewoners iets betekenen en dat gaat gebeuren als je daar heel veel studenten neerzet. En docenten. En het gebied ontsluit met goed openbaar vervoer. Ook voor de bewoners is dat winst.”

De samenwerking tussen deze drie partijen heeft al gestalte gekregen in RASL, het Rotterdam Arts and Science Lab, waarin de opleidingen gezamenlijk bachelors aanbieden. 

In Rotterdam kan je een bachelor aan een kunstvakopleiding combineren met een universitaire bachelor.

"Toeval bestaat niet. We hebben door die samenwerking al veel kennis en vertrouwen, dus dat kunnen we overslaan. Zowel bij Codarts als bij de Willem de Kooning Academie werken altijd met de context waarin we leven. We willen dat onze studenten 21st century skills hebben en meekrijgen, dat ze betrokkenheid en inspiratie van de omgeving krijgen en teruggeven. Zo hoort kunst en cultuur ook te zijn. Het idee is dat er meer partijen gaan aanhaken.

Vanuit de afdelingen educatie werken we al veel met het NPRZ, ook in samenwerking met pedagogische academies. De Erasmus Universiteit heeft een programma waarmee ze heel succesvol allerlei verschillende doelgroepen laten kennismaken met onderzoek. De verbinding tussen kunst en cultuur en wetenschappelijk onderzoek gaat mooie kansen bieden. Het zit in ons aller DNA om de verbinding met de samenleving sterk op te zoeken en te maken. Daar vinden we elkaar. Na de zomervakantie gaan we onderzoeken hoe we naar het Charloissehoofd gaan, wat er nu tijdelijk al kan gebeuren. We doen dat omdat we niet alleen het momentum niet willen verliezen. Maar ook omdat er behoefte is aan positieve ontwikkeling, juist in de tijd van corona. Je moet de stip verder op de horizon leggen en dat doet ook mentaal iets. Je bent bezig om iets op te bouwen en dat is juist nu belangrijk. We moeten over deze moeilijke fase heen kijken, en deze fase waar we nu doorheen gaan is écht lastig, omdat we gewoon perspectief nodig hebben.”

Door: Bertien Minco