content:
datum 02 jul 2020 geplaatst door Redactie

Denktank C: eerste sessie, verantwoordingsdrift en schaamte! 

 

Steeds maar weer moeten makers zich verantwoorden en bewijzen. Hierdoor worstelen zij soms met gevoelens van nutteloosheid en schaamte.

De eerste sessie van Denktank C is achter de rug. In Denktank C onderzoeken betrokkenen uit de sector wat duurzame toekomstperspectieven zijn voor de sector. Onder leiding van filosoof Machiel Keestra spraken wetenschappers, aanbieders en makers vooral over het legitimeringsvraagstuk: hoe worden kunst en cultuur gewaardeerd door de samenleving en de politiek? “Niet best”, was het algehele oordeel van de sprekers. 

Lange tijd was er geen discussie over de vraag of cultuur belangrijk was, kunst en cultuur konden altijd rekenen op brede politieke steun. Dat dit niet meer het geval bewezen de ingrijpende bezuinigingen van het Rijk vanaf 2011 en de daaropvolgende bezuinigingen door lokale overheden. In het politieke debat lijkt de legitimering van cultuur steeds meer te worden aangewend voor nationalistische identiteitspolitiek. De aarzeling van het kabinet om de sector in de coronacrisis bij te springen maakt opnieuw zichtbaar dat cultuur een bijzaak is. Verschillende deelnemers brachten in dat de verklaring daarvoor mogelijk gevonden kan worden in de geschiedenis. In het calvinistische Nederland kwam de Romantiek niet of nauwelijks tot ontwikkeling. Dit heeft geleid tot een minder sterke nationale identiteit. Het gevolg daarvan is dat de waarde van kunst en cultuur onvoldoende door de overheden wordt gevoeld en beschermd.

De sprekers constateren dat, in de roep om meer steun, vooral het economische belang van de sector wordt onderstreept. Ook door de sector zelf!  Deze voortdurende focus op de economische waarde lijkt cultuur te framen als productiesector. Het artistieke werk moet maatschappelijk relevant zijn en ondernemend, vernieuwend en je moet voldoende publiek trekken. Steeds maar weer moeten makers zich verantwoorden en bewijzen. Hierdoor worstelen zij soms met gevoelens van nutteloosheid en schaamte. Ook het publiek liet het in de coronacrisis afweten, online initiatieven werden weliswaar volop gedeeld maar de bereidheid om ervoor te betalen is er niet. De sprekers wijzen erop dat kunst en cultuur zoveel meer zijn dan een economisch model. 

Het ontbreken van de eerder genoemde nationale traditie heeft ertoe geleid dat de functie van kunst de afgelopen 50 jaar steeds meer versnipperd is geraakt, meer dan in andere landen. De traditionele functie van de cultuur is onduidelijker geworden en daardoor zijn kunst en cultuur niet langer een vanzelfsprekendheid. Zou cultuur in de toekomst niet veel meer moeten gaan over contact met de omgeving? Kunst is een reflectie op ons bestaan, het stelt vragen en levert kritiek op hoe we dat bestaan vormgeven. Dat riep de vraag op wiens bestaan de cultuur eigenlijk reflecteert, wiens verhaal wordt er verteld? Sprekers zien dat dit te vaak een eenzijdig verhaal is waarin niet iedereen zich in herkent. En tenslotte de paradox, kan je als kunstenaar wel kritisch zijn als je afhankelijk bent van publiek en subsidiënten? Met andere woorden: mag je de hand bijten die je voedt? 

Janita Tabak
Ronald Spanier