content:
datum 21 okt 2020 geplaatst door Redactie

Een verkenning van best practices ten behoeve van een inclusieve stadsprogrammering

 

De stad Utrecht is de laatste jaren hard bezig om te pleiten voor cultuur voor iedereen. Alle beleidsstukken staan vol met termen als inclusie, diversiteit en cultuur voor iedereen. In de Utrechtse cultuurnota van 2021–2024, ‘Kunst kleurt de stad’, is inclusie één van de twee hoofdpijlers. 

Uit kritische stukken van onder andere PACT Utrecht, het visitatierapport van de Visitatiecommissie Cultuurnota 2017–2020 en de publicatie van Sanne Scholten van het LKCA blijkt dat er al goede stappen gezet zijn richting het maken van goede beleidsstukken, maar in de praktijk laat een inclusieve cultuursector nog op zich wachten. Het blijkt dus lastig te zijn om deze transitie door te voeren. Met andere woorden: hoe worden de woorden omgezet in daden? Wat zijn de methodes, basisprincipes en voorwaarden om het anders te doen dan we tot nu toe deden? Om antwoorden te krijgen op deze vragen spraken wij met cultuurmakers die succesvolle verbindingen creëren met zeer uiteenlopende groepen. Uit deze inspirerende gesprekken hebben wij een vijftal voorwaarden gedestilleerd waarmee publieksbereik en -deelname succesvol verbreed zijn vanuit deze organisaties.

Voorwaarden

1. Je moet het echt menen
Veelvuldig krijgen we te horen en te lezen dat je publieksbereik niet alleen kunt verbreden met een Code Diversiteit en Inclusie die je volgt binnen de organisatie of een opgelegde opdracht vanuit het veld, de overheid of gemeente. Als je nieuwe of andere doelgroepen wilt bereiken dan moet je het écht willen en écht menen als persoon en organisatie. ‘Mensen hebben een bullshitdetector,’ volgens Deirde Carasso (directeur Stedelijk Museum Schiedam). ‘Als die aangaat, ben je ze kwijt.’

Veel mensen hebben echt andere zorgen aan hun hoofd en denken daarbij niet aan, of hebben beperkt de mogelijkheid tot het bezoeken van een voorstelling of andere culturele activiteiten. Daarom is het van belang om te bouwen aan het wederzijds vertrouwen en een band met mensen die je wilt bereiken en of betrekken. Toon oprechte interesse, enkel als je er ook echt in gelooft.

2. Ontwikkel én organiseer samen
Leg de regie niet alleen bij een organisatie of alleen bij de geijkte grotere culturele instellingen, maar werk vooral ook samen met bewoners, makers en maatschappelijke organisaties.

Werk daarnaast ook samen met organisaties die specifieke doelgroepen bedienen en durf daarbij de regie los te laten. Bij Zomer van Antwerpen geven ze het programma nog verder terug aan de stad. ‘We programmeren bijna niets zelf maar rijgen het programma aan elkaar’, licht Patrick de Groote (artistiek leider Zomer van Antwerpen) toe.

3. Ontwikkel met het gehele team
Inclusief programmeren en het verbreden van doelgroepbereik gaan niet over één nacht ijs. Zorg eerst dat het binnen de gehele organisatie gedragen wordt en dat je organisatie hierop is ingericht. Pas als je als team weet hoe je bepaalde groepen bereikt, betrekt, en je hieraan wil aanpassen, kun je inclusie bereiken. Dit is een lang proces en heeft veel tijd nodig.

Inclusie moet geen portefeuille van één teamlid zijn en opgelegd worden, maar moet een gezamenlijk doel zijn waar iedereen in de organisatie de urgentie van inziet. Het moet gedragen en verankerd zijn in het DNA van de organisatie.

4. Durf ook exclusief te zijn
De cultuursector draagt een gedeelde verantwoordelijkheid. ‘In Rotterdam willen we gezamenlijk ‘alle’ Rotterdammers bereiken. Iedereen heeft daar een eigen rol in. Er is daardoor ruimte bij instellingen voor specialisatie en een eigen identiteit. Door te meten, weten we wie er al bereikt worden en waar de hiaten liggen,’ aldus Mariska van Elsen (hoofd cultuurparticipatie en onderzoek, Rotterdam Festivals).

Programmeer tegelijkertijd ook voor een breder publiek. Dit kan naast elkaar, door aan te sluiten bij wat leeft onder bewoners en soms niet te focussen op groepen, maar op thema's en onderwerpen die groepen gemeen hebben.

5. Sta stil bij de definities die je hanteert
Wees heel secuur in wat je zegt, welke definities je gebruikt en besef hoe nauw die definities eigenlijk zijn. Zodat mensen de in jouw ogen belangrijkste uitingen van cultuur niet opgelegd krijgen. Het laatste wat je wilt is voor anderen bepalen waar behoefte aan is, of wat goed voor hen is. Dit vergt sensitiviteit en bescheidenheid.

De vraag is daarom: hoe ondersteunen we de reeds aanwezige uitingen van cultuur en erkennen we deze als onderdeel van het culturele aanbod? Cultuur is niet beperkt tot het bestaande aanbod in de gesubsidieerde instellingen en gaat verder dan het bezoeken van een theater, museum of concertzaal.

Met deze vijf voorwaarden hopen we het gesprek rond een inclusieve Utrechtse culturele sector een impuls te geven en een stap te zetten om het culturele aanbod te verbreden. 

Dit is een verkorte versie van een essay dat voortkomt uit een onderzoek naar stadsbrede programmering en verbreding van cultuurparticipatie, als onderdeel van het leertraject Leiderschap in Cultuur (LinC) Utrecht. Wat zijn de voorwaarden voor een inclusieve (Utrechtse) cultuursector, waarin iedereen zichzelf herkent, kan meedoen en zich thuis voelt?

Lees hier het volledige essay en reageer hier.

Auteurs: Bonnie Kirkels, Elle van der Rijt, Hidde van Greuningen, Linda Rosink, Roos Polman  

Over acht&
acht& komt voort uit een onderzoek naar stadsbrede programmering en verbreding van cultuurparticipatie, als onderdeel van het leertraject Leiderschap in Cultuur (LinC) Utrecht. In dit éénjarige programma aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschappen van de Universiteit Utrecht (USBO), onderzoeken deelnemers een onderzoeksvraag of probleemstelling die is aangedragen door een opdrachtgever, en gaan zij het experiment aan.

De werknaam acht& verwijst onder meer naar het door intersectionele feministen ontwikkelde kruispuntdenken. Het hierdoor geïnspireerde Netwerk Caleidoscopia onderscheidt in hun werkmethodes acht dimensies van diversiteit – etniciteit, sociale klasse, levensfase, talent/beperking, religie, sekse/gender, seksuele identiteit, (beroeps)socialisatie – een bescheiden begin, bedoeld als opening van gesprek. Het logo is daarom ook een ampersand, die in dit geval ‘en meer’ betekent en draait tot een lemniscaat, het symbool van oneindigheid, refererend naar de voortdurende inspanning en aandacht die volgens ons nodig is.